Te Batavia gevonden: 25-08-1927 Uit een exploit van mij, deurwaarder, den 8en Augustus 1927 ten verzoeke van I. Vrouwe Siti Salama, wonende te Bandoeng, II. Leonard Johannes Schaap, commies bij de belastingen, wonende te Bandoeng, zoowel voor zich in privé als tot machtiging en bijstand van zijn sub I genoemde echtgenoote, ten deze domicilie kiezende te Batavia ten kantore van den advocaat en procureur Mr. L.K. Wennekendonk, Gang Adjudant no. 8, die door eischers ten deze tot hun procureur werd gesteld, beteekend aan: 1. J. van Gielder, 2. F. van Gelder, 3. Gerard van Gelder, 4 F. van Gelder, 5. L. de La Parra, 6, S.J. van Gelder, 7. V.H. Haaksma, 8. Gustaaf van Gelder, 9. F. von Winning, 10. C. von Winning, 11. Moor von Winning, 12. Marie von Winning, 13. K. Brünn, 14. J. Vrijdag, 15. D.J.A. Vrijdag, de sub 5, 7 en 15 genoemde tot machtiging en bijstand van hun resp. sub 4, 6 en 11 genoemde ecbtgenooten, alle zonder bekende woon- en verblijfplaats in Nederlandsch-Indië, blijkt, dat genoemde personen gedagvaard zijn om op Vrydag 23 December 1927 des voormiddags te 10 uur te verschijnen ter burgerlijke openbare terechtzitting van den Raad van Justitie te Batavia, in het daartoe bestemde gebouw aldaar, teneinde op de gronden in dat exploit vermeld te worden veroordeeld om aan eerste eiseres te betalen de som van f 7040.— vermeerderd met de rente ad 6 pct. 's jaars vanaf de dagvaarding, met van waarde-verklaring van het bij procesverbaal van den buitengewoon deurwaarder H.F.M. Arends gelegd derden arrest, De deurwaarder voornoemd, F.H. de la RAMBELJE op 6 januari 1928 wordt vonnis gewezen. Alle genoemden zijn nog steeds zonder bekende woon- of verblijfplaats inNederlandsch Indië Een aantal namen ken ik niet, maar de von Winning en de Vrijdag familie zitten beiden in mijn onderzoek, ze zijn ook weer aan elkaar gehuwd. Geldt nu het vonnis voor een ieder als individu of wordt de groep als geheel veroordeeld tot het betalen van (eenmalig) F7040? -- met vriendelijke groeten, Erik Appeldoorn