Richard van Schaik wrote: > On 15-12-2013 18:31, Richard van Schaik wrote: >> Hoi, >> >> Zoals aangegeven een BR kaart van Den Haag opgehaald met een raadsel. >> Personen zijn Alexander Kellar x Beitske Nuewenhuissen (zij is op >> deze kaart weduwe van Alexander) waarin dat zij uit Londen komt in >> 1931 en "Ambsthalve Engelsche geroyeerd" met als ik het goed begrijp >> een verwijzing naar een of andere akte en in 1933. Enige jaren later >> is haar overlijden in Den Haag en ik vraag mij dan af wat voor >> gevolg een dergelijke aantekening op deze kaart voor haar had. Ik >> kan ook haar huwelijken niet traceren (volgens overlijden eerst >> Willem Poth en daarna Alexander Kellar) waarbij ik zowel de grote >> plaatsen Nederland heb nagetrokken alsmede Engelse indexen voor >> zover getranscribeerd beschikbaar (en natuurlijk ook WieWasWie). Ze >> is in 1854 in Amsterdam geboren (die akte is aanwezig) als dochter >> van Jacobus Nuewenhuissen en Sophia Wilhelmina van Schaick. >> >> Alles wat haar verder achtergrond geeft is welkom. >> Bij voorbaat dank, >> Richard >> > > Ben snufje verder, Indonesie is dan het "toverwoord". Eerste > echtgenoot was Willem Nicolaas Poth die in Batavia geboren is. > Huwelijk was 9-1-1875 te Soerabaja. Ze hebben een tijd in Amsterdam > gewoond en komt van bevolkingsregisterkaart. Volgens kaart zijn ze > Aug 1880 naar NI vertrokken. Haar tweede man is een Schot uit Glasgow > en 1906 in Batavia overleden. Er is dan een testament in Londen > waarin Beitske voorkomt. Ergens tussen 1891 en 1906 zouden ze dan > getrouwd moeten zijn daar Alexander Kellar blijkbaar eerder gehuwd > was en na 1891 niet meer vermeld is met eerste vrouw. Is allemaal > schraapwerk maar ach stukje bij beetje komt er steeds meer. Met dank > aan zowel deze groep als ook s.g.britain waar ik dit probleem op een > iets andere wijze ook aangekaart heb. Beitske is waarschijnlijk door geboorte binnen Nederland uit ouders alhier gevestigd. Dit op basis van de nationaliteitsbepaling in artikel 5, lid 1 BW van 1838 welke tot de Wet op het Nederlanderschap en het Ingezetenschap van 1892 in ons BW van 1838 hebben gestaan. De bepalingen van het BW zijn gebaseerd op het Ius Soli, de plaats van geboorte bepaalt de nationaliteit. Dit principe werd in de wet van 1892 verlaten en ingeruild voor het Ius Sanguinis, het afstammingsbeginsel. Zowel in het BW van 1838 als in de wet van 1892 komt de bepaling voor dat gehuwde vrouw de nationaliteit van haar man volgt. Door haar huwelijk met een Schot (Brits onderdaan) verliest ze haar nederlanderschap. Of op het moment van huwelijk het BW of de wet van 1892 van kracht was, maakt niet uit, op grond van de bepalingen in het BW alsmede op die van de wet van 1892 verliest zij het nederlanderschap. Zowel in het oude BW als in de wet 1892 komen bepalingen voor dat een nederlandse vrouw die door haar huwelijk het nederlanderschap heeft verloren deze terug kan krijgen door binnen een bepaalde tijd na de ontbinding van het huwelijk daartoe een verklaring af te leggen bij een in de wet aangewezen autoriteit. Heeft men het tijdvak voor een optieverklaring aan zich voorbij laten gaan, dan kan men op eenvoudige voorwaarden tot nederlander worden genaturaliseerd. Ik ga me niet verdiepen in de vraag of ze de Britse nationaliteit heeft behouden na het nederlanderschap terug te hebben gekregen. Zolang ze in ons land woont is onze nationaliteit de belangrijkste, haar primaire nationaliteit. In het algemeen gaat een nationaliteit van een land met een Angelsaksisch nationaliteitsrechtssysteem nooit verloren als men op het grondgebied van dat land is geboren. -- Met Vriendelijke Groeten, Ben Doedens